Deze soort combineert eigenschappen als groeikracht en een grote vorstbestendigheid met een matige gevoeligheid voor natte koude. Door een late nachtvorst of een vroeg invallende winter wordt geen schade veroorzaakt, want de Trachycarpus behoudt zijn vorstbestendigheid het gehele jaar. Bij proeven is gebleken, dat de plant plotselinge kortstondige temperatuurdalingen (tot diep onder nul) weerstaat. Bij een zorgvuldig gekozen warme en voedzame groeiplaats die tegen (vooral de noorden- en oosten) wind beschut is, kan deze palm zich met winterbeschutting in ons klimaat handhaven.
Trachycarpus fortunei behoort tot de palmen met waaiervormige bladeren. Deze kunnen een doorsnede van bijna een meter bereiken. De stammen van jongere exemplaren zijn geheel bedekt met een dikke laag juteachtige vezels. Zaailingen groeien de eerste jaren traag, maar wanneer zich eenmaal een stammetje gevormd heeft, kan de hoogte in vijf tot tien jaar met een meter. toenemen. Pas bij een stamhoogte van een tot twee meter verschijnen in het voorjaar de mooie oranjegele bloeiwijzen. Trachycarpus is tweehuizig en daarom komen er palmen met uitsluitend mannelijke en met uitsluitend vrouwelijke bloemen voor. De vrouwelijke bloemen worden na bestuiving in de loop van de zomer gevolgd door trossen niervormige zaden. Bij rijping verkleuren deze naar blauwzwart. De zaden kiemen goed, mits ze vers zijn. De palmzaailingen houden van een lichtbeschaduwde plaats om zich goed te kunnen ontwikkelen.